Trade-offs

In my field of biomedical imaging, we often talk about having to make trade-offs. The idea behind this concept is that reality is never perfect and you will always have to make choices between rocks and hard places.

When doing a heart scan, for example, there are a lot of requirements to take into account. Preferably, you would like to have as much detail as you can, so the resolution should be as high as possible. At the same time, you would like to have as much time frames as possible to give you enough temporal information. Also, you don’t want to put your patients in a large, noisy and claustrophobic MRI machine for too long. Sounds reasonable, right?

However, the problem is that it takes time to generate a high resolution image. Choosing a better image quality is definitely possible, but this will limit the maximum amount of frames and will force the patient to stay in the MRI machine for a longer period of time. Vice versa, you could choose to make the scanning time very short, but this means you don’t have enough time to scan in a high resolution or produce a lot of frames. In the end, as a biomedical researcher, you will have to choose what you think is the most important.

These kinds of decisions, of course, are not limited to technical problems, but arise everywhere in life. Although we like to think our choices are binary -good or bad, healthy or unhealthy-, almost nothing is! In fact, my favourite comedian wrote a song about this called ‘The Fence‘.

As you can imagine, eczema comes with its entirely unique and frustrating set of trade-offs. In fact, it can sometimes feel like I have to choose between being healthy, comfortable and sensible or uncomfortable, compromising my body… but happy. For example, going out and spending quality time with loved ones is basically a basic need. But other people don’t live in sterile homes, restaurants can be very dusty and pub owners have the horrible habit of supplying drunk people with peanuts.¬†

POISON EVERYWHERE!

Making the decision to prioritise not having a flare up over your temporary happiness sucks, but it gets even worse if you feel like you have to choose between two impossible options.

A clean house is paramount to good skin care, but cleaning a dusty room immediately triggers an allergic reaction.

Stress is the main cause for flare ups, so being unemployed is not the best situation to be in. Nor is writing perfect cover letters and hoping to get hired for jobs.

Sunshine is very good for my skin, it makes my skin much stronger and will help my wounds heal faster. So is tar ointment, except for the fact that it makes my skin extremely sensitive to UV. Like, go outside for 5 minutes and you are red. Oh, and the tiniest amount of sunburn will immediately trigger a flare up and of course increase the chances of skin cancer. The kicker? My skin is way too sensitive to stand sun screen. Seriously, I’ve tried all of the brands. Also, wearing too much layers when it’s hot out will make you sweaty, itchy and can cause an inflammatory response. But well… not covering yourself up when it’s 26 degrees Celcius and sunny… How the hell am I supposed to decide how to dress in summer?!

Of course the answer lies in balance. Much like a rope-dancer, the challenge for someone with a chronic illness is to figure out what is the right decision for you at this exact time, in this exact situation and for your exact state of body and mind. Of course you can’t reasonably decide to stay home every single time just because this is the safer option for your skin. Neither is it wise to throw caution in the wind and just stop cleaning altogether, have nothing else but pillow fights and adopt sixteen cats. Your decision has to be contextual.

But this can be quite difficult to grasp for people who are close to you. How do you explain to your good friend that you can’t attend their birthday because they have a cat, even though they know you spend the night at your parents house last week and they have two…? Or that you politely decline the allergy-proof food that they prepared specifically for you because you have a bad skin day and you prefer to skip dairy, but you just had ice cream together last week.

Well… you can start by writing a blog post about it ūüėČ

 

We divide the world to stop us feeling frightened
Into wrong and into right and
Into black and into white and
Into real men and fairies
Into status quo and scary
Yeah we want the world binary
But it’s not that simple.

The Fence – Tim Minchin

Daluren

Als ik jou was zou ik hier stoppen met lezen. Want dit wordt geen geestige post. Geen semi-verlichte bullshit over hoe je de dingen uit meerdere perspectieven kunt zien. Geen gevatte woordgrapjes. Geen kijkje in de unieke wereld van het leven van mij, de Schrijver Met Eczeem. Nee, dit wordt gewoon alinea’s lang zeuren over de ongelooflijk doorsnee ik-ben-niet-uniek-en-iedereen-heeft-dit-wel-eens baaldag die ik vandaag had.

Baaldag.

Het regende.

Nou kon me dit eigenlijk weinig schelen, ik begon inmiddels toch knettergek te worden van de zon. Maar het schetst wel een mooie scene. Bovendien, het hebben van een extreem gevoelige huid betekent in mijn geval geen zonnebrand kunnen gebruiken op slechte-huid-dagen. En slechte-huid-dagen waren er veel deze weken. Combineer dit met zo verbrand raken dat je eruit ziet alsof je bestraald bent en je kunt vast een inschatting maken van hoe ik in mijn vel zat. En natte, zoute, zure hemeltranen in je herstellende wondjes… niet aan te raden!

Baaldag…

Ik was alleen op kantoor.

Ik heb het nog niet officieel aangekondigd, maar ik ben aan het inwerken bij een nieuwe baan. Dat is als je het formeel bekijkt natuurlijk meer een aankondiging dan zeuren. Je zou zelfs kunnen zeggen opscheppen. Maar een oplettende lezer van mijn blog heeft ook wel door dat wat ik vooral waardeer aan werksituaties is aanspraak en samenwerken. Dat ik op de dag van mijn allereerste schrijfopdracht –dat lijkt verdacht veel op promoveren-¬†over de naamsverandering van een onderzoeksinstituut –dat voelt verdacht veel als promoveren!-¬†door curieuze vakantieplanningen van mijn collega’s¬†toch alleen op kantoor zit -Dit Lijkt Verdacht Veel Op Promoveren!!-, draagt dus niet echt bij aan mijn humeur.

Baaldag!!

Ik ben absoluut kapotmoe.

Het leuke aan een nieuwe baan (Ben je nou weer aan het opscheppen?!) is dat je nieuwe mensen leert kennen, gave nieuwe dingen leert, je nuttig kunt maken en thuis kunt komen met een voldaan gevoel, want als je nieuw bent is alles wat je uit handen krijgt goed meegenomen. Het nadeel aan een nieuwe baan is dat je nieuwe mensen leert kennen, extreem veel nieuwe dingen leert, je nuttig moet maken en thuis komt zonder ook maar een onsje energie over, want niets is vermoeiender dan nieuwe indrukken.

BAALDAG…

Ik heb een dal-vrij abonnement.

Ik moest naar Den Haag. Ik moest daar rond half zeven zijn. Het is twee uur reizen. Geen enkele reden om niet gewoon in te checken voor 16:05 om ‘gratis’ te reizen. Maar mijn moeie hoofd vond het opeens onoverkomelijk om rond 17:30 aan te komen op Den Haag en dan een uur te moeten wachten op een nog niet bepaalde locatie. Angst voor het onbekende. Niet echt de emotionele ruimte hebben om met mijn vriendin te overleggen dat ik eerder aan zou komen. Niet meer helemaal begrijpen hoe je dingen ook alweer regelt. Dus wachtte ik tot ik het redelijker vond en vergat ik voor de tweede keer in de maand dat daluren een ding zijn. Twintig euro, ka-ching!

B A A L D A G ! ! ! !

Tranen.

Eenmaal aangekomen op Den Haag worden er flyers uitgereikt door mannen in politieuniform. Er worden extra controles gehouden, ik hoef niet bang te zijn dat er iets daadwerkelijk gevaarlijks aan de hand is. Ik staar met een lege blik ongeveer in de richting van het serieus kijkende gezicht. “Sorry, meneer, weet u waar ik ben?” Ik sta verloren met mijn telefoon in de hand, een kaartje met een pijltje. Het heeft eigenlijk geen betekenis meer voor me. “Gaat het wel goed, mevrouw?” “Ehm… Ehm.. nee, eigenlijk niet. Ik ben moe.¬†Zware week. Ik was vergeten dat ik een -snik- dal-vrij abonnement had -snik- en heb te laat ingecheckt en nu is de reis heel duur -snik- en toen stortte ik in in de trein en vergat ik uit te stappen in Utrecht en kwam-ik-op-Schiphol-aan-en-moest-ik-een-uur-omreizen-en-ik-weet-niet-waar…” De man blijft vriendelijk en kalm. “Zorg je wel goed voor jezelf? Misschien moet je even gaan zitten.”

Ik heb nu gelukkig zes weken om bij te komen, want mijn baan begint pas weer officieel half Augustus. Maar het lijkt me geen overbodige luxe om nog maar eens goed na te denken hoe ik ook alweer moet voorkomen overspannen te worden. Morgen hardlopen en mediteren.

Gezellig steriel

Er zijn veel manieren waarop het constitutionele eczeem-monster een invloed uitoefent op mijn leven. Overal zalfsporen en huidschilfers, medicijngebruik, online klagen over hoe zwaar ik het wel niet heb, en-publiek de keuze moeten maken tussen DE JEUK NEGEREN of toch maar aan dat hele embarassing plekje krabben. The usual. Maar een van de dingen die mij nog steeds mateloos irriteert, is het feit dat ik goed moet opletten welke stoffen ik in mijn leven breng. Want als er iets is waar mijn huid flink pissig om kan worden is het wel aangeraakt worden door suboptimale materialen.

Kom ik aanzetten met iets anders dan gekamd katoen, jeans of tricot? Vergeet het maar. Dat leuke jurkje van gebreide stof? Nope. Een houthakkersvest van dat extra zachte spul? Misschien… op een hele goede dag, voor twee uurtjes. Een fijn vestje van merino-wol? Ha! Wat denk je zelf?!

Door schade en schande heb ik uitgevogeld welke dingen verschrikkelijk zijn om aan te raken, of juist wat mijn huid misschien zelfs wel wat laat verkoelen en ontspannen. Het is een koorddansact, maar ik begin het onder de knie te krijgen. Wat feitelijk betekent dat mijn kledingkast inmiddels bestaat uit basics, basics, basics en een paar jeans. Maar, hé, ik ben een nerd; totally my style.

Vervelender is dat ik ook vrij hoge eisen heb aan de duurzaamheid van mijn materialen. Want zelfs als je uiteindelijk doorhebt welke katoenen dekbedovertrekken daadwerkelijk jeuk-vrij genoeg zijn om meer dan twintig minuten op te kunnen liggen zonder gek te worden –zodat je voor de verandering een keer een goede nachtrust hebt– moeten ze minstens √©√©n keer per week gewassen worden.

In slechte tijden zelfs eens in de drie dagen -_- 

Dus je spullen moeten van zeer goede huize komen om dat aan te kunnen. Want vaak wassen betekent slijtage. En slijtage betekent……

[Voor de beste gebruikservaring van deze blog, raad ik de lezer aan het volgende woord te lezen alsof het langzaam, op overdreven lage toon en met veel drama worden uitgesproken. Basically door Batman.] 

………P L U I S J E S.

Je weet wel, die bolletjes die onmiddellijk ontstaan op katoen van slechte kwaliteit en die je spullen een versleten, onprofessionele uitstraling geven. Die zijn dus mijn aartsvijand. En dan kan ik in de weer met een speciaal scheerapparaatje zoveel ik wil, als ik erop wil slapen moet het gewoon ziekenhuiskwaliteit zijn.

En dat brengt me bij de daadwerkelijke ergernis: het feit dat een stofallergie ervoor zorgt dat de enige praktisch haalbare meubels voor mij van plastic zijn of een leren bekleding hebben. En nog erger, het meer levendig maken van die minimale stijl met open kasten, decoraties en sierkussens -lees: stofnesten- is absoluut geen optie.

Toegegeven, in mijn teksten schets ik een aardig plaatje van hoe ik me –noodgedwongen!– niet zo bezig houd met mijn uitstraling. Hoe mijn kapsel me niet zoveel doet, dat als trotse nerd mijn basic-stijl helemaal mijn ding is en ik niet echt veel make-up kan dragen. Toch is dat, als ik heel eerlijk ben, niet helemaal een compleet beeld. Want als er iets is waar ik wel daadwerkelijk een mening over heb, is het interieur design. Ik ben bijvoorbeeld een sucker voor boekenkasten, liefst wanden vol, en als je mij de kans geeft bouw ik mijn woonkamer om tot de bibliotheek van Belle en het Beest.

Maar helaas, hoewel ik een dikke huid heb en best wat¬†jeuk wil accepteren om het fijn te hebben, ben ik bang dat ik het er, na een avond in die perfecte woonkamer vol boekenkasten en zithoekjes, niet¬†heelhuids vanaf zou brengen. Toch¬†maar leren leven¬†met¬†zo’n¬†super-stijlvolle-maar-net-zo-steriel-als-een-ziekenhuis woonkamer dan.

 

Spoedeisende kappershulp

Om kriebels en uitslag tegen te gaan, laat ik mijn haar vaak lang groeien. Dit geeft me meer controle en maakt het makkelijker om het uit mijn gezicht en nek te houden. Aan de andere kant is het wel moeilijker schoon te maken en kan er langzaam stof in gaan ophopen.

Ja, echt. Stof. Dit is overigens vrij goed te verhelpen door er met een netenkam doorheen te gaan… maar ja… lang haar!

En laatst, op een ongelukkige vrijdagmiddag, was mijn haar zo stoffig geworden dat er een soort acute gevaarlijke situatie was ontstaan. Mijn stresshormonen waren op hol geslagen, een jeukaanval lag op de loer en mijn emoties liepen hoog op. Er was eigenlijk maar één oplossing… mijn mooie blauwe lokken afknippen.

Nou is er nog een reden dat ik mijn haar lang laat groeien. Want hoewel ik vrij open ben over het hebben van eczeem en de meeste mensen in mijn omgeving met sympathie reageren, zijn er ook veel mensen die negatiever doen. Dus als ik er een beetje invloed op heb, zorg ik ervoor dat mijn hoofdhuid zo gaaf mogelijk is voordat ik een kapperszaak binnenstap. En dat kan weleens zes maanden duren.

Helaas was dat deze keer geen optie. Mijn hoofdhuid was een stoffig kraterlandschap en mijn haar moest geknipt worden. Snel. Bij voorkeur binnen een uur. Dus zat er niets anders op dan alle kappers bellen binnen een veilige radius van mijn huis en hopen dat ze een plekje hadden.

Een veilige radius. Je weet wel, precies die afstand die je kunt overbruggen zonder te verdwijnen in een paniekaanval, zodat je huid nog intact is als je aankomt.

Maar dat veroorzaakte wel een beetje een probleem, want de meeste kappersagenda’s zijn volgepland op vrijdagmiddag. Vreemd genoeg komt het niet zo vaak voor dat een kapselverandering daadwerkelijk medische spoed heeft en blijkbaar is dit ambacht daarom niet echt ingesteld op haastgevalletjes.

Dus na een aantal keer bellen waren er nog maar twee opties over en moest ik maar hopen dat ze plaats voor me zouden hebben. De bezorgdheid begon nu echt te komen. Met tegenzin bel ik de voorlaatste optie.

Hun agenda zal zeker vol zijn… ik kan vast woensdag pas terecht… 

‚ÄúOh, geen probleem, mevrouw, we hebben nog wel een plekje. Wil je over een half uur langskomen? Je mag je melden bij Sarah, die zal je haar wassen.‚ÄĚ

Ah, mijn haar wassen. Ik reageerde door te zeggen dat ik mijn haar zelf al had gewassen met teershampoo omdat ik eczeem heb en dat ik allergisch ben voor…

‚ÄúOh‚Ķ eczeem? Ehm‚Ķ tja‚Ķ ehm‚Ķ wij knippen geen mensen met eczeem, dat vinden we te riskant. Sorry.‚ÄĚ

Really?! Riskant? Voor wie?! Ben ik niet de persoon die dit risico hoort in te schatten…? Frustratie. Boosheid. Paniek. 

Ik probeer niet te laten blijken dat er tranen over mijn wangen lopen en hang beleefd op. Met gezonken moed toets ik het nummer in van de laatste kapperszaak en vertel ik met brekende stem het verhaal nog een keer. Hoe ik echt hoop dat ze plaats voor me hebben, dat eczeem niet besmettelijk is, dat ik geen lange ingewikkelde vraag heb, maar gewoon mijn haar wat korter wil knippen zodat ik het beter kan kammen…

Twee uur later loop ik met mijn nieuwe frisse bob over straat. Mijn oren voelen vreemd koud en winderig. De kapper was net zo verbouwereerd over de opmerking van zijn collega in de andere salon als ik en heeft zich een kwartier plaatsvervangend staan opwinden. Blijkbaar hebben kappers zelf bovengemiddeld vaak eczeem omdat ze met chemicali√ęn werken en vaak hun handen wassen.

Anyway, om een lang kapsel verhaal kort te maken: ik lijk weer op mijn foto!

tumblr_inline_opfax9Ka131tgfwux_1280


Deze post is ook gepubliceerd in Gaaf!, verenigingstijdschrift van de VMCE.

Winter is coming

Zoals je vast hebt opgemaakt uit mijn vorige blogs is mijn afgelopen winter nou niet bepaald makkelijk geweest, huid-wise. Het is oprecht een van de zwaarste momenten geweest in mijn geschiedenis van eczeemproblemen en ik was dan ook echt gruwelijk blij dat de zomer verlichting bracht.

En de zomer ben ik eigenlijk super goed doorgekomen! Zelfs een vakantie in Noorwegen, met gure wind, gletsjers en wildkamperen, heeft mijn huid niet echt van de wijs gebracht. Gooi daar nog wat extra motivatie bij om mijn huid gaaf te houden voor een paar prachtige zomerbruiloften waar ik bij wilde zijn en mis kon het niet meer gaan.

Maar ja, het nadeel van seizoensgebonden gezondheid is dat je er zo aan overgeleverd bent. Tijd verstrijkt of je het nou wil of niet en op een gegeven moment wordt het toch weer herfst. En ik zag dat eigenlijk gewoon niet zitten.

Begrijp me niet verkeerd, normaal gesproken is de herfst mijn lievelingsseizoen. Ik vind niets mooier dan een sprookjesachtig bos en het vooruitzicht van sneeuw, speculaasjes, snert, schaatsen en overal lichtjes maakt me heel erg goed gemutst. Bovendien vind ik dat de verdwijning van alle insecten voor toch zeker vier maanden absoluut gevierd mag worden!

Maar het idee dat mijn huid weer achteruit kon gaan en de angst daar vrij weinig aan te kunnen doen, maakte me behoorlijk nerveus. Ik was inmiddels gewend geraakt aan haastig opstaan en niet na te hoeven denken over zalf. Bovendien was ik erg gehecht aan de vrijheid om kleding te kiezen omdat ik er zelf zin in had, niet omdat het kledingstuk praktisch is in combinatie met zalf.

En ach ja… of het nou de zenuwen waren die mijn krabgedrag erger maakte of mijn tegenzin om goed te beginnen met basiszalven zodra het wat guurder werd, uiteindelijk werd mijn eczeem toch langzaamaan erger. De kleine plekjes die in de zomer vanzelf wel weer verdwenen werden langzaam groter en voor ik het wist had ik door motivatieproblemen de teugels overgedragen aan mijn lichaam.

Dus moet ik vandaag met tegenzin toegeven dat het zalfseizoen toch echt begonnen is. Winter is coming. Een beetje lanterfanteren is niet meer genoeg, structuur en discipline zijn de toverwoorden. De kolshirts die ik zo vrees worden preventief gewassen en ik heb de apotheek al gewaarschuwd dat ze maar beter een voorraad basiszalf aan kunnen leggen.

En ik baal ervan. Blijkbaar was een goede zomer niet genoeg om me te verlossen van dit probleem. Blijkbaar betekent contstitutioneel iets in de trand van ‚Äėgaat nooit meer weg‚Äô. Fuck.

Aan de andere kant heb ik wel super veel geleerd vorige winter en weet ik inmiddels hoe ik dit opstandige gedrag van mijn huid vroegtijdig de kop in kan drukken. Ik weet dat je beter even kort grof geschut kunt gebruiken dan tijdenlang lopen modderen met middelen die het leven net iets makkelijker maken, maar eigenlijk niet genoeg doen om de situatie echt beter te maken.

Ik heb de oorlog al eens gevoerd. Ik weet wat het betekend als je probeert te onderhandelen met deze ziekte. Ik weet wat mijn rebellige huid in zijn mars heeft.

Ik ben een veteraan.

En dus verklaar ik, nu het zalfseizoen is geopend, de oorlog. Het strategische plannen is begonnen. De opmars van de gure elementen der winter zal geen deuk brengen in mijn verdediging. Structuur en discipline. Vette zalf. Teerzalf. Hormoonzalf.

Dit komt goed. See you on the other side.


Deze post is ook gepubliceerd in Gaaf!, verenigingstijdschrift van de VMCE.

Potjes

Toen ik voor het eerst een lading teerzalf wilde ophalen bij de apotheek stond ik wel even twee keer te kijken. De verpleegkundigen hadden me inderdaad gewaarschuwd dat ik het dik op zou moeten smeren, maar ik had niet verwacht dat ik drie grote potten van een halve liter mee naar huis zou krijgen. Mijn tas was by far niet groot genoeg en ik was dusdanig vermoeid van toch wel behoorlijk fysieke inspanning -krabben is zwaar!- dat ik niet zeker wist of ik het allemaal wel kon dragen. Maar wilskracht overwon en zo kwam ik netjes thuis met twee grote tassen met zalf, verbanden, handschoentjes, latex handschoentjes voor de hulp-insmeerder en hormoonzalven. Victory!

De tweede keer stond ik weer voor een verrassing toen ik, inmiddels voorbereid op grote potten, een liter donkere teerzalf wilde ophalen naast mijn eerdere bestelling. Blijkbaar zijn producenten voorbereid op massa-gebruik van lichte teerzalf, maar wordt er bij donkere teerzalf impliciet verwacht dat je dit heel zelden op een klein plekje in je knieholte smeert. Dat ik van plan was mezelf er dagelijks mee te asfalteren was niet bij ze opgekomen. En zo kreeg ik tien 100mL potjes mee in een derde plastic tas. De verspilling van verpakkingsmateriaal was overweldigend.

Later hoorde ik dat ik blijkbaar geluk had dat deze basiszalven √ľberhaupt in grote potten te verkrijgen waren, en dat dit zeker voor mijn favoriete koelzalf zonder rozenolie niet zomaar kon.

-Bedoelen ze te zeggen dat ik niet alleen moet bukken onder de beslissing dat de default zalf rozenolie bevat, en ik dus elke keer heel expliciet de verwarde apotheker moet wijzen op haar/zijn fout, maar ook nog eens een oneindige hoeveelheid kleine tubes mee naar huis moet slepen als ik het regelmatig wil gebruiken? #$^@#%$!!-

Ze hebben daardoor wel gewonnen -de tegenstander, de vijand, de geniepige, betweterige en meer ervaren verpleegkundigen van het ziekenhuis- en het gebrek aan grote potten koelzalf zorgde ervoor dat ik toch ben gezwicht voor de vettere basiszalven als cetomacrogol creme en andere duivelse emulsies. Dit betekent overigens dat we, de arme stakkers van de jeuk! training*, nu als een soort van slak door het leven gaan en letterlijk overal sporen achterlaten. Er blijven bil-stempels achter op een bankje in het park, al het meubilair in huis wordt automatisch onderhouden, pennen zijn na gebruik niet meer vast te houden door normale stervelingen en mijn laptop ziet eruit alsof ik een enthousiaste puber ben die recentelijk het internet heeft ontdekt. Ik hoop dat jullie tevreden zijn.

*Is het al duidelijk hoe deze naamgeving zo ambigu is dat het me verbaast dat er niemand was die verwachtte te leren hoe je jeuk cre√ęert?

Toch zijn er ook nadelen aan grote potten. Het andere advies wat de verpleegkundigen me maar bleven opdringen -vooruit, vooruit, het is geen strijd- was dat meer smeren altijd goed is. En inderdaad, na een tijdje kwam ik erachter dat de gebieden die veel blootgesteld worden aan de elementen –handen, polsen, hals, nek, voorhoofd, ego- belachelijk snel weer aanvoelen als schuurpapier. In de winter gaan ze zelfs behoorlijk zeer doen van de kou en‚Ķ kloven -aaaarrgggghh‚Ķ!-. En hoewel de kleine tubes koelzalf zonder rozenolie nu wel makkelijk waren omdat ze in mijn handtas passen, waren ze eigenlijk niet echt vet genoeg.

-Zodra ik dit doorhad kroop ik voorzichtig op mijn knie√ęn terug naar de ATB en gaf ik alle lieve dames en heren verpleegkundigen schoorvoetend gelijk. Koelzalf mag dan heerlijk aanvoelen en lekker intrekken, echt nuttig is het niet voor mij.-

En hoewel iedereen weer vriendjes was en we allemaal op een lijn zaten qua behandelplan, zat ik nog steeds met een probleem. Want die handige grote potten die op mijn slaapkamer stonden waren niet echt reisformaat. Maar gelukkig had ik de briljante ingeving -let op, dit is zeker mijn tip van de maand!-om de apotheker te vragen om twee kleine navul potjes en wat medische spatels zodat ik nu altijd een reis-mini bij me heb. Het is zo schattig, het zou geadverteerd moeten worden!


Deze post is ook gepubliceerd in Gaaf!, verenigingstijdschrift van de VMCE.

Flexibiliteit

Inmiddels past het zalfgebeuren behoorlijk goed in mijn leven. Over het zware spul, a.k.a het grote donkere teerzalfmonster, moet ik altijd even twee keer nadenken. Maar de simpelere lichte teerzalf, hormoonzalven en basiszalven smeren zich als een zachte emulsie over mijn dagelijkse routine. Potje erbij, vier op drie af, smeer smeer smeer, laagje verband eroverheen, haar borstelen, tanden poetsen, kopje thee, boterham en klaar. Toch kostte het me in het begin aanzienlijk meer energie en incasseringsvermogen.

Vooral toen ik in mijn aller-aller-eerste week zeven dagen naar een conferentie ging leverde dit interessante problemen op. Ik reisde met een oud-collega en nog steeds goede vriendin van me. Op conferenties nemen we altijd een airBnB (ondanks de populaire mening dat dure hotels beter zijn want de baas betaald), kletsen we tot diep in de nacht en bezoeken samen de meest interessante praatjes. Nu we dit jaar samen ook in een commissie zaten voelde het weer als vanouds. Ik had haar zelfs gevraagd om de zalf-duty op zich te nemen. Dat beloofde een topweek te worden deze Oktober in M√ľnchen.

M√ľnchen‚Ķ

Topografie is nooit echt mijn sterkste kant geweest, dus mijn hoofd had M√ľnchen geregistreerd als een willekeurige stad in Duitsland. Vermoedelijk wat herfstig weer en bewolkt, toch? Dat kwam mij wel goed uit met die enge zalven die ik schoorvoetend aan het leren kennen was.

Het voordeel van teerzalf is dat het je een babyhuidje geeft (desinfecterend, jeukstillend en een betere huidopbouw. Jeej!).Het nadeel is dat het je een babyvampierhuidje geeft (je verbrand sneller dan je het woord zonnebrand hebt kunnen zeggen -_-). 

Wat ik mij dus niet realiseerde is dat M√ľnchen zo zuidelijk ligt dat het praktisch een Italiaans klimaat heeft en zelfs in oktober knetter zonnig is. Dus ondanks dat ik de perfecte sparringspartner had om zelfs tijdens deze werk-onhandige situatie mijn zalfregime bij te houden, was het een behoorlijke opgave om als vampier over straat te gaan. Al bedekte ik mijn nette kleding met sjaals, ik kreeg het nog voor elkaar om in het korte stukje naar de broodjeszaak te verbranden.

Had ik al gezegd dat ik allergisch ben voor vrijwel alle zonnebrandcrèmes?

Dus toch maar een winterjas aan, capuchon omhoog, één halte in de metro en hollend naar het conferentiecentrum. Dat moest goedkomen! Ik had genoeg T-shirts met kol om Steve Jobs jaloers te maken en had zelfs nog leuke jurkjes voor na zonsondergang. Natuurlijk had ik mijn zalfritme zo getimed dat ik precies op de dag van mijn presentatie, zonder verbanden, dat rode, strakke, maar toch professionele jurkje aankon. Het feit dat ik ook zwarte handschoentjes droeg tegen het krabben maakte het ensemble eigenlijk alleen maar chiquer. Profit!

Zenuwen. Staat de presentatie wel op de usb-stick? Is iedereen nog wakker? Niet teveel moeilijke vragen! Oef, dat ging goed. Posterpresentatie. Jury lijkt oprecht ge√Įnteresseerd. Ah, op die professor moet ik indruk maken. Let op je houding! Gelukkig‚Ķ hij is‚Ķ nu‚Ķ de hoek om. Alles onder controle.

Het was de bedoeling dat ik ’s avonds rustig naar ons appartement zou gaan, wat bedekkends aan zou doen en dan party, wooh! Daarbij had ik natuurlijk geen rekening gehouden met mogelijke planningsfouten van commissieleden. Plotseling was er een groep van dertig ongeleide wetenschappers hun weg aan het banen naar de BMW-tour die wij hadden georganiseerd. Alle anderen in de commissie hadden verplichtingen. Ik had mijn presentatieplicht met lof volbracht, dus het was alleen maar logisch dat ik me als de wiedeweerga naar de verzamelplek zou begeven om de reddende engel op het witte paard te zijn.. toch?

Er was geen tijd te verliezen. Metro. The middle of absolutely nowhere. Grote industri√ęle gebouwen. Shit, ik ben op hakken. Geen bordjes. Waarom schijnt de zon zo hard? Oversteken. Dit colbertje is veel te klein! Oh nee, toch andere kant van de straat. Wacht, welk gebouw is dit‚Ķ

En zo gebeurde het dat ik op klaarlichte zonnige dag hijgend binnen kwam stormen, in een gebouw zo chique dat je er zonder gêne een fundraiser kon organiseren, terwijl ik mijn colbertje over mijn hoofd droeg alsof ik de regenachtige slotscene van een romantische komedie in de jaren ’90 naspeelde. Teerzalf maakt mijn huid weliswaar flexibel, maar mij niet zo…


Deze post is ook gepubliceerd in Gaaf!, verenigingstijdschrift van de VMCE.