Een goede voorbereiding…

Vermoeid gooi ik mijn rugzak op de grond en plof neer op een rots. Na een flinke klim, lopend met het hele kampement in onze rugzakken, bereiken we eindelijk de hoogste top van het Retezat-gebergte in Roemenië. We zijn al anderhalve dag onderweg en we hebben nog een paar uur te gaan voor we de plaats bereiken waar we een rustdag houden en onze bevoorrading aanvullen.

Ik ben altijd te porren voor een goede tocht wildkamperen, maar zelfs met mijn ervaring valt deze elfdaagse tocht me zwaar. Het is te merken dat mijn twee chronische ziektes mij een zwakker onderdeel van de groep maken, dus een rustdag… daar ben ik wel aan toe. Ik mocht vandaag dankbaar wat bepakking afstaan, maar alsnog kwam ik maar moeizaam de rotsen over.

Gelukkig maakt het uitzicht het meer dan goed. In de verre vertes geen beschaving te zien, aan de linkerkant een bos waar je met wat fantasie een beer ziet lopen en aan de rechterkant een kale top met nog wat sneeuw hier en daar.

Om mij heen verschijnen overal de felroze en -groene verpakkingen van hardkeks en fruitkeks. Mijn medereizigers lunchen meestal met deze voedzame en lichtgewicht koekjes, al dan niet met wat houdbaar broodbeleg erop. Zelf zit ik naast mijn kooksetje en gooi de laatste portie stoofpot uit mijn voorraad in kokend water.

Na een paar jaar worstelen en zoeken naar het beste eten voor in de bergen, ben ik overgestapt op het zelf indrogen van voedsel. Het is moeilijk om kant-en-klare maaltijden te vinden die voldoen aan mijn allergie-eisen en alternatieven zijn vaak te zwaar om mee te dragen. Ik begon met improviseren met mijn eigen oven – wat eigenlijk best goed ging – en inmiddels heb ik zelfs een echte droogmachine aangeschaft.

Voor deze reis bedacht ik een aantal eenpansrecepten die voldoende voedingswaarden bevatten om te compenseren voor de wandeluren: stoofpot, curry, chili, bloemkool-met-spam en snert. Het was een behoorlijke klus om al deze gerechten op tijd te koken en in te drogen, want dat laatste kan namelijk tussen de zes en twaalf uur duren… per portie! Maar de belofte dat ik eenmaal op de berg enkel water hoef toe te voegen, tien minuten hoef te koken en dan een verse maaltijd heb – precies zoals ik die lekker vind – maakte het de moeite en stress waard. Want geloof me, er is niets beter dan warme stoofpot na een lange dag wandelen!

Helaas nam ik deze keer toch te veel hooi op mijn vork en kwam ik er bij de vorige rustplaats achter dat het indrogen van de curry is misgegaan. De ingrediënten waren niet vers genoeg waardoor ik thuis al een beschimmelde batch moest weggooien na het indrogingsproces. En blijkbaar waren de andere porties toch ook niet goed. Ik kon het nu gelukkig oplossen door te schuiven met maaltijden, maar ik weet niet meer precies uit mijn hoofd wanneer ik de rest van de curry-porties heb gepland… in het ergste geval moet ik rantsoeneren.

Bij een wildkampeertocht door de bergen is een goede voorbereiding van levensbelang. Niet alleen moet je genoeg bij je hebben, je bepakking mag ook juist niet te zwaar zijn. Om het gewicht van onze rugzakken in te perken, splitsten we deze wandelroute in etappes van twee of drie dagen, steeds eindigend op een relatief bereikbare locatie. Voor vertrek is er bij alle eindpunten van de etappes een voorraad eten klaargelegd.

Na de lunch lopen we verder en ruilen we het rotsachtige gebied van de top in voor een prachtig landschap met lage, boomachtige bosjes waar de weg doorheen kronkelt. We kunnen maar een paar meter vooruit kijken, waardoor het voelt als een spookachtig doolhof. De paar open velden die we tegenkomen zijn begroeid met felgekleurde bloemen, een magische toevoeging.

Hoewel het eerder vandaag helder en warm was, is het langzaam steeds klammer en bewolkter geworden; de dreiging van onweer hangt in de lucht. We verhogen het tempo en proberen beter bij elkaar te blijven. Het uitzicht wordt er niet mooier op, maar ik ben opgelucht als we de boomgrens bereiken, dat is een veel veiligere plaats om te zijn als de bliksem inslaat.

Het pad is steil, dit tempo is vermoeiend en mijn energie is eigenlijk op. In gedachten lig ik al op mijn matje te chillen en ik duim dat de nieuwe voorraad ook een portie stoofpot of chili heeft. Gelukkig kan ik in de verte tussen de bomen al de felle weerspiegeling van de weg zien, een teken dat we beginnen aan het einde van deze afdaling.

Het onweer is inmiddels losgebarsten achter ons, zo te horen boven in de top. De bomen buigen onheilspellend mee in de wind en de bewolking zorgt voor een valse schemering. We overleggen of we gehaast het laatste stuk aflopen of toch proberen te schuilen en wachten tot de storm is gaan liggen. We gokken erop dat het onweer blijft hangen achter de bergkam en lopen door. De serene rust van het wandelen door sprookjesachtige omgevingen maakt plaats voor een gevoel van urgentie en gevaar.

Met een zware rugzak steil naar beneden banjeren is verschrikkelijk zwaar voor je knieën en ik ben dan ook erg opgelucht als het pad wat glooiender wordt. Bospad, grindpad, asfalt, grasveld. Het klamme zweet van de inspanning druppelt over mijn lijf, mijn rugzak plakt oncomfortabel tegen me aan. In de hoop sneller te kunnen ontspannen, maak ik een eindsprint naar de plek waar mijn medereizigers hun tenten al aan het opzetten zijn.

Gehaald… godzijdank. Opluchting stroomt door mijn systeem, maar de ontspanning moet nog even wachten, want de regen haalt ons in. Haastig zetten we onze tent op en leggen we alle spullen droog. Matje, slaapzak, warme sokken, het gezellige geluid van kletterende regen op het tentdoek. Schuilen in de regen is geen straf als je droog zit. De tentstokken buigen gevaarlijk mee in de wind, maar onze tent houdt braaf stand in de storm.

Na anderhalf uur klaart het weer op en lokt mijn rammelende maag mij naar buiten, op zoek naar de beloofde herbevoorrading. Een groepje medeavonturiers is mij voor en heeft zich inmiddels verzameld bij de verstopplek. Als ik dichterbij kom, kijken hun bezorgde gezichten mijn kant op. Er is iets mis. Ik pak mijn zorgvuldig drooggehouden pakket uit de doos en zie dat de onderkant nat is. Er lekt een bruine vloeistof uit de hoek van een zakje… shit. Voorzichtig pak ik het uit… ik heb inmiddels hoofdpijn van de honger…

De oorsprong van het bruine vocht blijkt mijn snackzak te zijn. De komkommer is compleet vergaan en de droge worstjes zijn flink bedorven. Het is geen prettige ontdekking, maar hier valt nog wel voor te compenseren… als ik de komende dagen tenminste geen curry-maaltijden heb gepland. Met lood in mijn schoenen spoel ik de dagpakketten schoon om te zien wat erin zit. Het lijkt erop dat de waterdichte seals het hebben gehouden, dus de rest van het eten is in ieder geval niet aangetast door de komkommer.

Een half uur later, terwijl mijn medereizigers nog bezig zijn met groenten snijden, houd ik een warm bakje vast waar de kruidige geur van pittige chili uit komt dampen. Dan is het toch een voordeel om alles van te voren te hebben ingedroogd. Met grote happen schrok ik het naar binnen, trots op mijn kookkunsten en tevreden dat ook dit avontuur weer een smakelijk einde heeft. Toen ik erachter kwam dat ik inderdaad genoeg te eten heb voor de komende dagen, deed ik even een vreugdedansje. Zo’n spannende dag is best leuk, maar ik ben toch ook wel blij dat ik morgen lekker kan luieren en al zeker weet wat ik ga eten.

Op internet is veel info te vinden over drogen van maaltijden en het gebruik van een droogmachine. Een goede site is weckenonline.eu, maar ik heb zelf mijn informatie van hikingadvisor.be.

Mijn persoonlijke tip: wat je ook doet, gebruik ALTIJD verse ingrediënten.


Ik schreef dit reisverhaal voor het tijdschrift Allergie en Voeding. Pictures Abel Planting en Hanne Kause.

Gezellig steriel

Er zijn veel manieren waarop het constitutionele eczeem-monster een invloed uitoefent op mijn leven. Overal zalfsporen en huidschilfers, medicijngebruik, online klagen over hoe zwaar ik het wel niet heb, en-publiek de keuze moeten maken tussen DE JEUK NEGEREN of toch maar aan dat hele embarassing plekje krabben. The usual. Maar een van de dingen die mij nog steeds mateloos irriteert, is het feit dat ik goed moet opletten welke stoffen ik in mijn leven breng. Want als er iets is waar mijn huid flink pissig om kan worden is het wel aangeraakt worden door suboptimale materialen.

Kom ik aanzetten met iets anders dan gekamd katoen, jeans of tricot? Vergeet het maar. Dat leuke jurkje van gebreide stof? Nope. Een houthakkersvest van dat extra zachte spul? Misschien… op een hele goede dag, voor twee uurtjes. Een fijn vestje van merino-wol? Ha! Wat denk je zelf?!

Door schade en schande heb ik uitgevogeld welke dingen verschrikkelijk zijn om aan te raken, of juist wat mijn huid misschien zelfs wel wat laat verkoelen en ontspannen. Het is een koorddansact, maar ik begin het onder de knie te krijgen. Wat feitelijk betekent dat mijn kledingkast inmiddels bestaat uit basics, basics, basics en een paar jeans. Maar, hé, ik ben een nerd; totally my style.

Vervelender is dat ik ook vrij hoge eisen heb aan de duurzaamheid van mijn materialen. Want zelfs als je uiteindelijk doorhebt welke katoenen dekbedovertrekken daadwerkelijk jeuk-vrij genoeg zijn om meer dan twintig minuten op te kunnen liggen zonder gek te worden –zodat je voor de verandering een keer een goede nachtrust hebt– moeten ze minstens één keer per week gewassen worden.

In slechte tijden zelfs eens in de drie dagen -_- 

Dus je spullen moeten van zeer goede huize komen om dat aan te kunnen. Want vaak wassen betekent slijtage. En slijtage betekent……

[Voor de beste gebruikservaring van deze blog, raad ik de lezer aan het volgende woord te lezen alsof het langzaam, op overdreven lage toon en met veel drama worden uitgesproken. Basically door Batman.] 

………P L U I S J E S.

Je weet wel, die bolletjes die onmiddellijk ontstaan op katoen van slechte kwaliteit en die je spullen een versleten, onprofessionele uitstraling geven. Die zijn dus mijn aartsvijand. En dan kan ik in de weer met een speciaal scheerapparaatje zoveel ik wil, als ik erop wil slapen moet het gewoon ziekenhuiskwaliteit zijn.

En dat brengt me bij de daadwerkelijke ergernis: het feit dat een stofallergie ervoor zorgt dat de enige praktisch haalbare meubels voor mij van plastic zijn of een leren bekleding hebben. En nog erger, het meer levendig maken van die minimale stijl met open kasten, decoraties en sierkussens -lees: stofnesten- is absoluut geen optie.

Toegegeven, in mijn teksten schets ik een aardig plaatje van hoe ik me –noodgedwongen!– niet zo bezig houd met mijn uitstraling. Hoe mijn kapsel me niet zoveel doet, dat als trotse nerd mijn basic-stijl helemaal mijn ding is en ik niet echt veel make-up kan dragen. Toch is dat, als ik heel eerlijk ben, niet helemaal een compleet beeld. Want als er iets is waar ik wel daadwerkelijk een mening over heb, is het interieur design. Ik ben bijvoorbeeld een sucker voor boekenkasten, liefst wanden vol, en als je mij de kans geeft bouw ik mijn woonkamer om tot de bibliotheek van Belle en het Beest.

Maar helaas, hoewel ik een dikke huid heb en best wat jeuk wil accepteren om het fijn te hebben, ben ik bang dat ik het er, na een avond in die perfecte woonkamer vol boekenkasten en zithoekjes, niet heelhuids vanaf zou brengen. Toch maar leren leven met zo’n super-stijlvolle-maar-net-zo-steriel-als-een-ziekenhuis woonkamer dan.