Bewust Onbeschonken Blogger: wijn

Leeftijd: 31
Mankementen: astma, eczeem, allergieën, stresskip
Voedselallergieën en beperkingen: ei, noten, pinda’s en alcohol

Op het gebied van gezondheid ben ik één van de gelukkigen die is opgezadeld met de gouden driehoek astma, eczeem en (voedsel)allergieën. Allemaal prima mee te leven uiteindelijk, maar bij tijd en wijle heeft mijn lichaam hierdoor behoorlijk veel aandacht nodig.

Door een plotselinge verslechtering van mijn huid, bijvoorbeeld, ben ik nu al een paar jaar op zoek naar een nieuwe balans tussen gezondheid en prettig leven. Verschillende zalven en zelfs een speciaal dieet zijn de revue gepasseerd en uiteindelijk ben ik begonnen met methotrexaat. Dit is een immuun-onderdrukkend medicijn wat een nogal grote aanslag pleegt op je nieren en lever. Oftewel: geen alcohol meer voor mij. In deze serie neem ik je mee op mijn soms frustrerende reis als onvrijwillige geheelonthouder.

Alcoholvrije wijn als concept is succesvol aan mijn aandacht ontglipt, tot ik actief op zoek ging naar frisdrankalternatieven. Ik had dus ook echt geen idee wat ik kon verwachten toen ik, op goed vertrouwen, de fles mee naar huis nam die me werd aangeraden in de slijterij. Maar hé, wijn is bij uitstek het product waar mensen Grote Meningen over hebben, “dus”, dacht ik zo, “er zullen vast genoeg geheelonthouders zijn die hun best hebben gedaan om iets uitmuntends te produceren, toch?” Toch..?

Toch niet. Of áls dat zo is, dan heb ik helaas het juiste merk nog niet gevonden. Ik probeerde onder andere Torres Natureo Red (Gall en Gall) en Free Feather (Albert Heijn). Hoewel de witte wijn van Free Feather mijn kaasfondue en risotto absoluut weer eetbaar maakt, zijn zowel de rode als witte wijnen als drankje niet echt bijzonder. Niet dat het vies is, maar het heeft gewoon niet de kick van wijn. Daardoor draagt het voor mij niet echt iets bij ten opzichte van druivensap of frisdrank.

De uitzondering hierop vind ik de alcoholvrije bubbels. Verassend vergelijkbaar met een (simpele) prosecco en feestelijk genoeg om een speciaal gevoel aan de avond te geven. Nou moet ik eerlijk toegeven dat ik altijd al een fan ben geweest van zoete witte wijn met bubbels (champagne of niet), dus hou dat in gedachten. Als je al niet van champagne houdt, dan vind je dit waarschijnlijk ook niets.

Over de bubbeldranken Viverty (Albert Heijn) en Rotkäppchen (Vinotheek) ben ik allebei erg enthousiast, hoewel ik Viverty wel net iets lekkerder vind, maar dat zou ook kunnen komen door gewenning. De bubbels van Barrels en Drums (o.a. Gall en Gall) was me door een collega erg aangeraden, maar viel juist tegen. Deze heeft een overheersende smaak van -volgens mij- vlierbloesem, wat ik niet echt lekker vind.

Oh, en Amé is gewoon dure Dubbel Fris.

Bewust Onbeschonken Blogger: ginger beer

Leeftijd: 31
Mankementen: astma, eczeem, allergieën, stresskip
Voedselallergieën en beperkingen: ei, noten, pinda’s en alcohol

Op het gebied van gezondheid ben ik één van de gelukkigen die is opgezadeld met de gouden driehoek: astma, eczeem en (voedsel)allergieën. Allemaal prima mee te leven uiteindelijk, maar bij tijd en wijle heeft mijn lichaam hierdoor behoorlijk veel aandacht nodig.

Door een plotselinge verslechtering van mijn huid, bijvoorbeeld, ben ik nu al een paar jaar op zoek naar een nieuwe balans tussen gezondheid en prettig leven. Verschillende zalven en zelfs een speciaal dieet zijn de revue gepasseerd en uiteindelijk ben ik begonnen met methotrexaat. Dit is een immuun-onderdrukkend medicijn wat een nogal grote aanslag pleegt op je nieren en lever. Oftewel: geen alcohol meer voor mij. In deze serie neem ik je mee op mijn soms frustrerende reis als onvrijwillige geheelonthouder.

Uiteraard is er een gedegen betoog op te stellen over waarom (sommige) ginger beers en ginger ales ook gewoon frisdranken zijn, maar toch wil ik deze kruidige drankjes aandragen als geweldig alcoholvrij/alcoholarm alternatief. Onder de aanname dat je van gember houdt, natuurlijk.

Bij mij zit de liefde voor gember diepgeworteld. Het is zo’n soort smaak die niet bijzonder zoet of hartig is en mijn oma leeft met dit motto. Als kind al schreef ik odes aan haar kip met gember, at ik met veel dankbaarheid gekonfijte gember als fruit en bleef ik maar zeuren of ze de peren met kugel eindelijk een keer zonder amandelen wilde maken. Voedselallergieën, je zult ze maar hebben 😉

Meer recentelijk ben ik erachter gekomen dat het niet normaal is om de stukken gember uit je thee op te eten. Wist ik veel. In ieder geval is het dus geen grote verrassing dat ik naar de gember greep toen ik geen alcohol meer mocht drinken; en ik er al snel achter kwam dat vooral de ginger beer helemaal de shit is.

Van oorsprong is het grote verschil tussen deze dranken dat ginger beer gebrouwen wordt, terwijl ginger ale simpelweg koolzuurhoudend water is met een gembersmaak. Door dit verschil in bereiding hebben ginger beers daarom een wat sterkere, pittige smaak, wat minder koolzuur en kunnen ze tot 0.5% alcohol bevatten. Inmiddels komt het vaker voor dat kleine brouwerijen ook hun ginger ale laten fermenteren en produceren sommige grote frisdrankmaatschappijen hun ginger beer juist op de luie manier door een wat sterkere gembersmaak te gebruiken. Ikzelf heb geen sterke voorkeur voor het bereidingsproces, als het maar Sterk Spul is. Overigens is het wel belangrijk om het suikerpercentage in de gaten te houden, het blijft immers frisdrank.

Mijn favorieten zijn de ginger beers van Belvoir, Bundaberg en Fentimans. De Thomas Henry Ginger Ale is mij natuurlijk te mak, maar hun ginger beer -die ze vanwege het Reinheitsgebot in Duitsland hebben omgedoopt tot Spicy Ginger-is best lekker. Als je van bloemige smaken houdt, dan raad ik de Hot Ginger Beer aan van Luscombe. Zowel de ale als de beer van Fever Tree, daarentegen, vond ik niet bijzonder boeiend, maar ik heb goede dingen gehoord over de smokey variant. Op mijn verlanglijstje staan ook nog de bijzondere creaties van Wostok, zoals de gember/dragon smaak of de peer/rozemarijn.

Oh.. en voor de duidelijkheid, kom alsjeblieft niet aanzetten met Royal Club.


In het volgende deel van deze serie probeer ik mijn teleurstelling over alcoholvrije wijn te verdoezelen met bubbels!

Bewust Onbeschonken Blogger: bier

Leeftijd: 31
Mankementen: astma, eczeem, allergieën, stresskip
Voedselallergieën en beperkingen: ei, noten, pinda’s en alcohol

Op het gebied van gezondheid ben ik één van de gelukkigen die is opgezadeld met de gouden driehoek: astma, eczeem en (voedsel)allergieën. Allemaal prima mee te leven uiteindelijk, maar bij tijd en wijle heeft mijn lichaam hierdoor behoorlijk veel aandacht nodig.

Door een plotselinge verslechtering van mijn huid, bijvoorbeeld, ben ik nu al een paar jaar op zoek naar een nieuwe balans tussen gezondheid en prettig leven. Verschillende zalven en zelfs een speciaal dieet zijn de revue gepasseerd en uiteindelijk ben ik begonnen met methotrexaat. Dit is een immuun-onderdrukkend medicijn wat een nogal grote aanslag pleegt op je nieren en lever. Oftewel: geen alcohol meer voor mij. In deze serie neem ik je mee op mijn soms frustrerende reis als onvrijwillige geheelonthouder.

Als je me vraagt wat er in me op komt bij het woord alcoholvrij, dan zegt mijn hoofd maltbier. En daar komt dan ook meteen een soort ongeïnteresseerd ‘meh’-gevoel bij bovendrijven; ik heb er geen geweldige herinneringen aan. Ik hield al niet zo van pils, en als je de alcohol dan ook nog weglaat… Mijn eerste tripje naar de alcoholvrije sectie van de supermarkt anderhalf jaar geleden begon dan ook met weinig hoop. Maar wow, wat bleek dat onterecht! Alcoholvrij bier is steeds populairder geworden en dat is te merken aan het aanbod en de kwaliteit.

Om te beginnen is het belangrijk om even wat termen te definiëren. Het ene maltbier is het andere namelijk niet. Ik onderscheid twee categorieën: alcoholvrij en alcoholarmAlcoholvrij bevat simpelweg geen alcohol: 0.0%, punt. Maar… hoewel het een behoorlijke uitdaging is om aangeschoten te worden van alcoholarm bier, kan er dus wel tot 0.5% alcohol in zitten. Gelukkig voor mij is het geen probleem om alcoholarme drankjes te combineren met mijn medicatie, want er is nogal een groot verschil in smaak tussen de twee. Dat kleine beetje alcohol dat nog in alcoholarme drank achterblijft zorgt namelijk voor een veel rijkere biersmaak, in tegenstelling tot de veel zoetere alcoholvrije alternatieven.

Behalve de hoeveelheid alcohol, maakt het soort bier natuurlijk ook nog uit. Want damn, er zijn tegenwoordig veel verschillende soorten malt-speciaal-bieren op de markt! Klassiek pils, een lekker Duits witbiertje, verschillende Indian pale ale’s en sinds kort zelfs een bockbier voor de fijnproever. Er is echt veel te vinden in het alcoholvrije schap.

Mij maak je blij met de Jever Fun (0.5%), de IPA van VandeStreek (0.5%) en de BrewDog van Nanny State (0.5%). Alle drie echt geweldige biertjes. De Riegele Liberis IPA (0.0%) is ook lekker, maar net als de pilsjes die echt alcoholvrij zijn, vind ik deze toch wat zoet. De ‘Bock jij of Bock ik’ (0.5%), de nieuwe creatie van onze eigen Utrechtse brouwerij VandeStreek, is dan weer heel erg lekker.

Maar.. mijn absolute favoriet is een lekkere koude Weihenstephaner (0.5%). Fris, smaakt naar bier, bevat geen suiker… Fucking briljant! Die gezegende Stephan gaat wat mij betreft echt ver voorbij aan zijn concurrenten van Paulaner en Franziskaner, die wat zoeter zijn en minder naar echt bier smaken.

En dan heb je nog de radlers. Oh, radlers, hoe zijn jullie toch zo populair geworden?! Het is mij een raadsel. Echt helemaal niets ten nadele van mensen die van dit zoete vruchtendrankje houden, maar zeker de alcoholvrije variant is gewoon geen bier. Wat helemaal geen probleem zou zijn, als dit niet vaak DE ENIGE ALCOHOLARME BIEROPTIE ZOU ZIJN OP DE MEESTE BORRELS! Erger nog, soms is het zelfs het enige alcoholarme alternatief zonder cafeïne. Je weet wel, die andere stof die ik niet in overmaat mag nuttigen met mijn medicatie! Kom op, mensen!

Oh, well, uiteindelijk heb ik niets te klagen met de ruime keuze aan geweldige bieren die beschikbaar is in de supermarkt [1] en de beperkte keuze op feestjes los ik gewoon op door mijn eigen voorraad mee te nemen. Problem solved!

Overigens, uit interesse nam ik laatst een slokje Jupiler, want ik doe het immers al bijna anderhalf jaar zonder alcohol en ik wilde weer eens echt genieten. Holy damn… wat is alcohol smerig zeg!


In het volgende deel van deze serie kom ik uit de kast met mijn voorkeur voor alles wat met gember te maken heeft!

Alcoholarm bier

[1] Het aanbod verschilt nogal per supermarktketen, maar de meeste van deze beschreven bieren zijn te koop bij de grotere filialen van de Albert Heijn. Tot mijn verdriet zijn er veel, waaronder de geweldige Weihenstephaner, niet te krijgen bij de Coop, Jumbo of Emté.

Bewust Onbeschonken Blogger: een review

Om die ellendige jeuk eindelijk eens de kop in te smoren, ben ik heel wat experimenten aangegaan met mezelf; het ene moeilijker vol te houden dan het ander. Mijn voedselavontuur –waarin ik een koolhydraatarm en lactosevrij dieet probeerde bovenop mijn al bestaande allergieën– was bijvoorbeeld best een struggle, maar de verplichte alcohol-loosheid vanwege de pillen gaat juist heel gemakkelijk.

Sure, in een eerdere blogpost klaagde ik nog over de matigheid van geen alcohol mogen drinken als je thuiskomt van een heftige werkdag en je graag snel wil ontspannen. Iets met alternatieven zoeken en hardlopen als last resort. Maar al met al vind ik het eigenlijk best prettig dat ik per ongeluk geheelonthouder ben geworden. Geen katers, helderder hoofd… het is toch behoorlijk giftig spul, die drank.

Toch vind ik het, als ex-liefhebber van gin-tonic, speciaal bier en goede wijn, fijn om flink te zeiken over het gebrek aan lekkere drank-alternatieven op feestjes. Want frisdrank brengt het gewoon niet. Ga maar eens écht genieten… van een glas Fanta. Dat gaat je gewoon niet lukken. Hoe meer mind-full je drinkt, hoe viezer het is.

Het duurde dan ook niet lang voor ik uit pure ellende alle alcoholvrije alternatieven ben gaan proberen waar ik de hand op kon leggen. Oké, bijna alle. En zo ontwikkelde ik me van biersnob tot alcoholvrije-drank-snob, met gedetailleerde kennis over het bier-aanbod van alle speciaalzaken in mijn stad.

Omdat ik a) als echte kenner mijn kennis het liefst overdraag aan iedereen die het wil horen en b) het nou eenmaal in mijn voordeel is als mensen weten wat ik lekker vind, publiceer ik bij dezen mijn resultaten. Te beginnen met alcoholvrije cocktails! Of, zoals ze liefkozend worden genoemd… mocktails.

Mocktails

Hoewel ik nooit echt een grote cocktail-liefhebber ben geweest (tien euro neerleggen voor een drankje… eeh.. no, thanks!), is dit wel een logische eerste stap als je de frisdrank zat bent. Natuurlijk kun je denken aan de klassiekers: virgin sangria, virgin sunrise on the beach of de Shirley Temple. Allemaal prima alternatieven, maar ik vind het toch vooral gezoete vruchtensapjes. Daar loop ik niet warm voor. Om nog maar niet te spreken over anything met munt… dertien jaar later ben ik nog steeds niet hersteld van de eerste keer mojito’s! Dan heb ik liever een virgin bloody mary.

Een veel groter succes is gin-tonic. Ik ben zelf nog steeds verbaasd dat het recreëren van dit iconische drankje zo goed gaat, maar behalve de duidelijk missende smaak van alcohol is het echt lekker. Het grote geheim? De gin-siroop van Monin! Schenk een laagje siroop in een glas en vul dit aan met tonic. Twee ijsklontjes erbij, evenroeren en voilà! Het kan écht niet simpeler.

Gaver nog, Monin produceert nog veel meer siroopsmaken. Hoewel ik van mezelf niet te veel flessen mocht bestellen, heb ik me toch laten verleiden door de anijssiroop. En guess what?… Alcoholvrije pastis is ook echt een goed lentedrankje! Één deel siroop op één deel water en dan langzaam wat ijsklontjes laten smelten in je glas. En als je niet allergisch bent voor amandelen, dan zou de amaretto-siroop ook best een winnaar kunnen zijn, hoewel ik die zelf dus niet heb getest.

Ben je alsnog gestrand op een borrel of kroeg met een extreem ongeïnspireerd aanbod… dan kun je altijd nog gaan voor de gouwe ouwe appelsap met Spa rood!


In het volgende deel van deze serie probeer ik je te overtuigen dat alcoholarm bier echt zo slecht nog niet is!

Hanne maakt mocktails

Een aangepaste versie van deze post is ook gepubliceerd in Allergie & Voeding, verenigingstijdschrift van de Stichting Voedselallergie.

Een goede voorbereiding…

Vermoeid gooi ik mijn rugzak op de grond en plof neer op een rots. Na een flinke klim, lopend met het hele kampement in onze rugzakken, bereiken we eindelijk de hoogste top van het Retezat-gebergte in Roemenië. We zijn al anderhalve dag onderweg en we hebben nog een paar uur te gaan voor we de plaats bereiken waar we een rustdag houden en onze bevoorrading aanvullen.

Ik ben altijd te porren voor een goede tocht wildkamperen, maar zelfs met mijn ervaring valt deze elfdaagse tocht me zwaar. Het is te merken dat mijn twee chronische ziektes mij een zwakker onderdeel van de groep maken, dus een rustdag… daar ben ik wel aan toe. Ik mocht vandaag dankbaar wat bepakking afstaan, maar alsnog kwam ik maar moeizaam de rotsen over.

Gelukkig maakt het uitzicht het meer dan goed. In de verre vertes geen beschaving te zien, aan de linkerkant een bos waar je met wat fantasie een beer ziet lopen en aan de rechterkant een kale top met nog wat sneeuw hier en daar.

Om mij heen verschijnen overal de felroze en -groene verpakkingen van hardkeks en fruitkeks. Mijn medereizigers lunchen meestal met deze voedzame en lichtgewicht koekjes, al dan niet met wat houdbaar broodbeleg erop. Zelf zit ik naast mijn kooksetje en gooi de laatste portie stoofpot uit mijn voorraad in kokend water.

Na een paar jaar worstelen en zoeken naar het beste eten voor in de bergen, ben ik overgestapt op het zelf indrogen van voedsel. Het is moeilijk om kant-en-klare maaltijden te vinden die voldoen aan mijn allergie-eisen en alternatieven zijn vaak te zwaar om mee te dragen. Ik begon met improviseren met mijn eigen oven – wat eigenlijk best goed ging – en inmiddels heb ik zelfs een echte droogmachine aangeschaft.

Voor deze reis bedacht ik een aantal eenpansrecepten die voldoende voedingswaarden bevatten om te compenseren voor de wandeluren: stoofpot, curry, chili, bloemkool-met-spam en snert. Het was een behoorlijke klus om al deze gerechten op tijd te koken en in te drogen, want dat laatste kan namelijk tussen de zes en twaalf uur duren… per portie! Maar de belofte dat ik eenmaal op de berg enkel water hoef toe te voegen, tien minuten hoef te koken en dan een verse maaltijd heb – precies zoals ik die lekker vind – maakte het de moeite en stress waard. Want geloof me, er is niets beter dan warme stoofpot na een lange dag wandelen!

Helaas nam ik deze keer toch te veel hooi op mijn vork en kwam ik er bij de vorige rustplaats achter dat het indrogen van de curry is misgegaan. De ingrediënten waren niet vers genoeg waardoor ik thuis al een beschimmelde batch moest weggooien na het indrogingsproces. En blijkbaar waren de andere porties toch ook niet goed. Ik kon het nu gelukkig oplossen door te schuiven met maaltijden, maar ik weet niet meer precies uit mijn hoofd wanneer ik de rest van de curry-porties heb gepland… in het ergste geval moet ik rantsoeneren.

Bij een wildkampeertocht door de bergen is een goede voorbereiding van levensbelang. Niet alleen moet je genoeg bij je hebben, je bepakking mag ook juist niet te zwaar zijn. Om het gewicht van onze rugzakken in te perken, splitsten we deze wandelroute in etappes van twee of drie dagen, steeds eindigend op een relatief bereikbare locatie. Voor vertrek is er bij alle eindpunten van de etappes een voorraad eten klaargelegd.

Na de lunch lopen we verder en ruilen we het rotsachtige gebied van de top in voor een prachtig landschap met lage, boomachtige bosjes waar de weg doorheen kronkelt. We kunnen maar een paar meter vooruit kijken, waardoor het voelt als een spookachtig doolhof. De paar open velden die we tegenkomen zijn begroeid met felgekleurde bloemen, een magische toevoeging.

Hoewel het eerder vandaag helder en warm was, is het langzaam steeds klammer en bewolkter geworden; de dreiging van onweer hangt in de lucht. We verhogen het tempo en proberen beter bij elkaar te blijven. Het uitzicht wordt er niet mooier op, maar ik ben opgelucht als we de boomgrens bereiken, dat is een veel veiligere plaats om te zijn als de bliksem inslaat.

Het pad is steil, dit tempo is vermoeiend en mijn energie is eigenlijk op. In gedachten lig ik al op mijn matje te chillen en ik duim dat de nieuwe voorraad ook een portie stoofpot of chili heeft. Gelukkig kan ik in de verte tussen de bomen al de felle weerspiegeling van de weg zien, een teken dat we beginnen aan het einde van deze afdaling.

Het onweer is inmiddels losgebarsten achter ons, zo te horen boven in de top. De bomen buigen onheilspellend mee in de wind en de bewolking zorgt voor een valse schemering. We overleggen of we gehaast het laatste stuk aflopen of toch proberen te schuilen en wachten tot de storm is gaan liggen. We gokken erop dat het onweer blijft hangen achter de bergkam en lopen door. De serene rust van het wandelen door sprookjesachtige omgevingen maakt plaats voor een gevoel van urgentie en gevaar.

Met een zware rugzak steil naar beneden banjeren is verschrikkelijk zwaar voor je knieën en ik ben dan ook erg opgelucht als het pad wat glooiender wordt. Bospad, grindpad, asfalt, grasveld. Het klamme zweet van de inspanning druppelt over mijn lijf, mijn rugzak plakt oncomfortabel tegen me aan. In de hoop sneller te kunnen ontspannen, maak ik een eindsprint naar de plek waar mijn medereizigers hun tenten al aan het opzetten zijn.

Gehaald… godzijdank. Opluchting stroomt door mijn systeem, maar de ontspanning moet nog even wachten, want de regen haalt ons in. Haastig zetten we onze tent op en leggen we alle spullen droog. Matje, slaapzak, warme sokken, het gezellige geluid van kletterende regen op het tentdoek. Schuilen in de regen is geen straf als je droog zit. De tentstokken buigen gevaarlijk mee in de wind, maar onze tent houdt braaf stand in de storm.

Na anderhalf uur klaart het weer op en lokt mijn rammelende maag mij naar buiten, op zoek naar de beloofde herbevoorrading. Een groepje medeavonturiers is mij voor en heeft zich inmiddels verzameld bij de verstopplek. Als ik dichterbij kom, kijken hun bezorgde gezichten mijn kant op. Er is iets mis. Ik pak mijn zorgvuldig drooggehouden pakket uit de doos en zie dat de onderkant nat is. Er lekt een bruine vloeistof uit de hoek van een zakje… shit. Voorzichtig pak ik het uit… ik heb inmiddels hoofdpijn van de honger…

De oorsprong van het bruine vocht blijkt mijn snackzak te zijn. De komkommer is compleet vergaan en de droge worstjes zijn flink bedorven. Het is geen prettige ontdekking, maar hier valt nog wel voor te compenseren… als ik de komende dagen tenminste geen curry-maaltijden heb gepland. Met lood in mijn schoenen spoel ik de dagpakketten schoon om te zien wat erin zit. Het lijkt erop dat de waterdichte seals het hebben gehouden, dus de rest van het eten is in ieder geval niet aangetast door de komkommer.

Een half uur later, terwijl mijn medereizigers nog bezig zijn met groenten snijden, houd ik een warm bakje vast waar de kruidige geur van pittige chili uit komt dampen. Dan is het toch een voordeel om alles van te voren te hebben ingedroogd. Met grote happen schrok ik het naar binnen, trots op mijn kookkunsten en tevreden dat ook dit avontuur weer een smakelijk einde heeft. Toen ik erachter kwam dat ik inderdaad genoeg te eten heb voor de komende dagen, deed ik even een vreugdedansje. Zo’n spannende dag is best leuk, maar ik ben toch ook wel blij dat ik morgen lekker kan luieren en al zeker weet wat ik ga eten.

Op internet is veel info te vinden over drogen van maaltijden en het gebruik van een droogmachine. Een goede site is weckenonline.eu, maar ik heb zelf mijn informatie van hikingadvisor.be.

Mijn persoonlijke tip: wat je ook doet, gebruik ALTIJD verse ingrediënten.


Ik schreef dit reisverhaal voor het tijdschrift Allergie en Voeding. Pictures Abel Planting en Hanne Kause.

Gezellig steriel

Er zijn veel manieren waarop het constitutionele eczeem-monster een invloed uitoefent op mijn leven. Overal zalfsporen en huidschilfers, medicijngebruik, online klagen over hoe zwaar ik het wel niet heb, en-publiek de keuze moeten maken tussen DE JEUK NEGEREN of toch maar aan dat hele embarassing plekje krabben. The usual. Maar een van de dingen die mij nog steeds mateloos irriteert, is het feit dat ik goed moet opletten welke stoffen ik in mijn leven breng. Want als er iets is waar mijn huid flink pissig om kan worden is het wel aangeraakt worden door suboptimale materialen.

Kom ik aanzetten met iets anders dan gekamd katoen, jeans of tricot? Vergeet het maar. Dat leuke jurkje van gebreide stof? Nope. Een houthakkersvest van dat extra zachte spul? Misschien… op een hele goede dag, voor twee uurtjes. Een fijn vestje van merino-wol? Ha! Wat denk je zelf?!

Door schade en schande heb ik uitgevogeld welke dingen verschrikkelijk zijn om aan te raken, of juist wat mijn huid misschien zelfs wel wat laat verkoelen en ontspannen. Het is een koorddansact, maar ik begin het onder de knie te krijgen. Wat feitelijk betekent dat mijn kledingkast inmiddels bestaat uit basics, basics, basics en een paar jeans. Maar, hé, ik ben een nerd; totally my style.

Vervelender is dat ik ook vrij hoge eisen heb aan de duurzaamheid van mijn materialen. Want zelfs als je uiteindelijk doorhebt welke katoenen dekbedovertrekken daadwerkelijk jeuk-vrij genoeg zijn om meer dan twintig minuten op te kunnen liggen zonder gek te worden –zodat je voor de verandering een keer een goede nachtrust hebt– moeten ze minstens één keer per week gewassen worden.

In slechte tijden zelfs eens in de drie dagen -_- 

Dus je spullen moeten van zeer goede huize komen om dat aan te kunnen. Want vaak wassen betekent slijtage. En slijtage betekent……

[Voor de beste gebruikservaring van deze blog, raad ik de lezer aan het volgende woord te lezen alsof het langzaam, op overdreven lage toon en met veel drama worden uitgesproken. Basically door Batman.] 

………P L U I S J E S.

Je weet wel, die bolletjes die onmiddellijk ontstaan op katoen van slechte kwaliteit en die je spullen een versleten, onprofessionele uitstraling geven. Die zijn dus mijn aartsvijand. En dan kan ik in de weer met een speciaal scheerapparaatje zoveel ik wil, als ik erop wil slapen moet het gewoon ziekenhuiskwaliteit zijn.

En dat brengt me bij de daadwerkelijke ergernis: het feit dat een stofallergie ervoor zorgt dat de enige praktisch haalbare meubels voor mij van plastic zijn of een leren bekleding hebben. En nog erger, het meer levendig maken van die minimale stijl met open kasten, decoraties en sierkussens -lees: stofnesten- is absoluut geen optie.

Toegegeven, in mijn teksten schets ik een aardig plaatje van hoe ik me –noodgedwongen!– niet zo bezig houd met mijn uitstraling. Hoe mijn kapsel me niet zoveel doet, dat als trotse nerd mijn basic-stijl helemaal mijn ding is en ik niet echt veel make-up kan dragen. Toch is dat, als ik heel eerlijk ben, niet helemaal een compleet beeld. Want als er iets is waar ik wel daadwerkelijk een mening over heb, is het interieur design. Ik ben bijvoorbeeld een sucker voor boekenkasten, liefst wanden vol, en als je mij de kans geeft bouw ik mijn woonkamer om tot de bibliotheek van Belle en het Beest.

Maar helaas, hoewel ik een dikke huid heb en best wat jeuk wil accepteren om het fijn te hebben, ben ik bang dat ik het er, na een avond in die perfecte woonkamer vol boekenkasten en zithoekjes, niet heelhuids vanaf zou brengen. Toch maar leren leven met zo’n super-stijlvolle-maar-net-zo-steriel-als-een-ziekenhuis woonkamer dan.