Asfalt

Voor het eerst in jaren is mijn eczeem zo erg dat er ingrijpende medicatie nodig lijkt te zijn om mijn huid weer een beetje op te lappen. Na weken rond te hebben gelopen met te veel eczeem (en vooral te veel krabben) heeft lief mij eindelijk teruggeschopt naar de dermatoloog. Want ja, langdurig met een aandoening rondlopen waarvan je weet dat hij niet te genezen is zorgt voor een zekere apathie. Maar desondanks, of misschien juist daardoor, was het inmiddels zo erg dat het grote enge woord viel in dat gesprek.

Teerzalf.

Dun.. dunn.. dunnnn…

De meeste mensen, neem bijvoorbeeld vrijwel iedereen die ik ooit heb geaaid, hebben uit zichzelf een fijne zachte huid die in staat is zichzelf vet te houden. Als je zo’n soort huid combineert met een goed dieet resulteert dit in een prachtige glans en zo’n buitenkant waar je de hele dag wel tegen aan zou willen kruipen. Natuurlijk krijgt iedereen wel eens een puistje hier en daar, maar meer dan een keertje scrubben en wat bodylotion is niet echt nodig ter onderhoud.

Bij mij ligt dat dus een beetje anders. De huid uit zichzelf doet eigenlijk meer aan als een gedroogd, op plaatsen gebarsten, woestijnlandschap en bij de minste geringste verstoring gaat de fucker jeuken als de ***.

En zoals iedereen die wel eens langdurig jeuk heeft gehad weet: krabben genereert de perfecte feedback-loop. Dat ongelooflijk heerlijke gevoel wat je krijg van een kriebel wegjagen door er flink met je nagels overheen te raggen geeft zo onmiddellijk bevrediging dat je gewoon weet dat het een goed idee is. Dat je er vervolgens alleen maar meer jeuk van krijgt, of in het ergste geval wondjes mee creëert, wordt niet op tijd geregistreerd door je hersens en heeft dus duidelijk niets te maken met dat goddelijke gevoel van krassen en krabben.

Maar jeuk komt niet enkel alleen van het krabben. Constitutioneel eczeem, de variant waar mijn aardse ruimteschip mee is uitgerust, is een feature waar je de rest van je leven mee mag doen. Het heeft minder actieve periodes waarin je huid er, hoewel droog, behoorlijk normaal uitziet.

Jeej, make-up kan dan!

Maar ook periodes waarin het plotseling een stuk erger wordt (flares) en je je terdege bewust bent van de chronische aard van deze ziekte. In mijn ervaring worden flares vooral getriggerd door stress, maar allergieën, seizoenen of een ongezonde omgeving kunnen ook invloed hebben.

En zo beland ik eens in de zoveel tijd bij de dermatoloog om het stappenplan weer eens uit te voeren. Want in de afgelopen tien jaar is er eigenlijk weinig tot niets veranderd in de aanpak.

Je begint altijd met je favoriete vette zalf. Want droog = jeuk. Ik ga wel eens voor cetomacrogol zalf, cetomacrogol creme, vaseline paraffine en, de meest recente, koelzalf zonder rozenolie.

Oh ja, een of andere blije hippie heeft ooit bedacht dat het een goed idee is om voor een doelgroep huidpatiënten die bovengemiddeld veel allergieën heeft (bijvoorbeeld voor parfums) een zalf te ontwikkelen waarvan de standaardoptie rozenolie bevat. 

Hoe… wat… maar… ik snap het niet!

Mocht de vette zalf niet genoeg zoden aan de dijk zetten dan kun je je zalvenpakket uitbreiden met hormoonzalf. Dit soort zalven bevat corticosteroïden en die kunnen behoorlijk heftig zijn. Bij langdurig gebruik zijn er allerlei vervelende bijwerkingen, maar als je een strak smeerschema aanhoudt kan er vrij weinig misgaan. En aangezien het zowel jeuk als ontstekingen onderdrukt, ben ik zeker lid van de Fanclub Hormoonzalf!

Maar als je huid alsnog denkt de oorlog te winnen tegen het grote medische arsenaal wat tot dan toe al is ingezet, zit er maar een ding op. Dik insmeren met de meest absurde prut, afdekken met verbanden en wachten tot je een nieuwe huid hebt gegroeid!

Oké, dat komt misschien wat overdreven over, maar echt fijn is (de lichte variant van) teerzalf dus niet. Toen ik vorige week in paniek aan kwam zetten bij wat op dat moment een 10-minuten controlegesprek bleek te zijn (lees: haastig strippen en met ontbloot bovenlijf gestrest een plan van aanpak uitstippelen), was ik wanhopig genoeg om absoluut in te stemmen met alles wat mijn lieve dermatologe voorstelde. Ondanks dat het betekende dat ik een heel sterk ruikende zalf moest smeren, vrijwel overal op mijn lichaam, die je huid zo gevoelig maakt voor UV licht dat je verder als dracula door het leven moet. Oh, en had ik al gezegd dat je handschoentjes aan moet bij alles wat je doet! Stel je maar eens voor hoe je dan je veters strikt of honing op een broodje smeert…

De eerste dagen is het een enorme verlichting om die rotzooi, die ik niet meer in huis heb gehad sinds de zwarte jaren van mijn puberteit, op je huid te mogen uitspreiden. Maar al redelijk snel heb je toch meer last van de hoofdpijn die de sterke geur veroorzaakt. De benauwdheid die je vervolgens oploopt is ook al niet te prettig (heuh, zo atopisch als de pest betekent ook… astma! Ik ben zo goed gebouwd…), maar gelukkig komt het door alle beperkende factoren toch al niet in je op om een potje flink te gaan sporten.

En oké oké, dit kon ik allemaal best nog wel aan. Ik ben gewoon naar het werk gegaan, heb zelfs nog wel redelijk kunnen slapen en mijn huid werd de eerste dagen best snel beter. Maar toen stagneerde het hele gebeuren een klein beetje. Misschien was het een onderdosering (die shit moet er dik op!) of misschien was mijn huid echt te ver heen. Hoe dan ook, bij de eerste afspraak op de dagbehandeling besloot mijn lieve andere dermatoloog dat het tijd werd voor the big guns en tevens de meest heftige stap in het arsenaal van huidartsen die ik tot nu toe ooit voorgeschreven heb gekregen.

Donkere teerzalf.

Het grote boze broertje van de lichte teerzalf. Een kleivormige substantie waarbij de roze schattige lichte teerzalf in vergelijking meer lijkt op een handcreme van Nivea. Het spul waar je twee beschermende lagen verband overheen legt en wat dan alsnog onuitwasbare vlekken maakt op de kleding die eroverheen zit. De stap in het stappenplan wat het insmeerritueel, inmiddels met de hulp van een gedwongen meewerkend persoon, verlengt tot twee keer per dag een heel uur smeren en afdekken. De stap die je verandert in een rottende mummie. De stap die je huid zo diep laat verdwijnen onder lagen kleding, verband en asfalt dat je effectief geen huid meer hebt. Ook al was het doel van het hele gebeuren een betere huid. De stap die dusdanig vermoeiend is dat je weer eens weet wat chronisch ziek zijn echt betekent.

Die stap. Ja. Die kan me gestolen worden.


Deze post is ook gepubliceerd in Gaaf!, verenigingstijdschrift van de VMCE.

Picture by Abel Planting.

The very unsexy topic of my skin disease

 Read this post in English.


Het is niet erg sexy of trending, maar voor mij is het een belangrijk onderwerp. Naast een rode en ontstoken huid, wat de meeste mensen toch als eerste opmerken als ze me zien, beïnvloed mijn eczeem mijn leven op veel meer manieren dan in eerste instantie te merken is aan de buitenkant. En ik denk dat het tijd is om dit eens te bespreken, zelfs als het er alleen maar voor zorgt dat ik wat stoom kan afblazen.

Mijn grootste ergernissen?

  • Overal huidschilfers. Zo gênant!
  • Iedereen heeft goedbedoeld advies, wat vrijwel altijd compleet nutteloos is.
  • Krabben, zalven, pijnlijke huid, slapeloze nachten… het kan extreem vermoeiend zijn.
  • Kussengevechten zijn een no-no 😦
  • Net als logeren, tenzij je bereid bent er een zware prijs voor te betalen.
  • Bloedvlekken op het bedlinnen en op mijn favoriete blouses.
  • De hele tijd krabben en anderen irriteren met het geluid. Het spijt me, jongens!
  • Nauwelijks cosmetica kunnen gebruiken. Zeg smokey eyes maar gedag en verwelkom dood en sluik haar!
  • Smeren, smeren, smeren en… nou ja.. smeren. Fucking vermoeiend.

Om het een beetje van me af te schrijven heb ik een aantal lekker sarcastische teksten geschreven over hoe mijn eczeem mij de laatste paar maanden alle hoeken van de kamer heeft laten zien en mijn gevecht om haar vooral de deur te wijzen. Ik hoop dat ze een beetje entertaining zijn. Zo niet, dan geven ze ten minste een kijkje in mijn dagelijkse mijmeringen.

Leesze!


Deze post is ook gepubliceerd in Gaaf!, verenigingstijdschrift van de VMCE.

One year to go

Het laatste jaar van mijn PhD. De magische grens die ik in gedachten had gemarkeerd als ‘de periode waarin elke PhD-er knettergek wordt’. Het jaar waarvan ik niet kon geloven dat ik het ooit zou overleven. Het jaar waarin je een boek moet schrijven. Het jaar waarin je terugblikt op al het werk dat je hebt verzet. Het jaar waarin ALLES AF MOET!! Het jaar dat zojuist is begonnen… dum dum duuuhmmmm…

In mijn blog over stress heb ik al een klein beetje naar voren laten komen dat ik een probleem heb met hard doorwerken. Ik ben namelijk lid van de vereniging van Eindeloze Uitstellers. Ik ben een held in stripjes lezen, facebook staren, doorklikken op hersenloze websites en eindeloos chatten met vrienden tijdens werktijd. Het is dan ook niet vreemd dat ik -voor mijn gevoel- absoluut niets heb uitgevoerd de afgelopen jaren. Als je mij op een onbewaakt moment vraagt hoe het met mijn promotie gaat zal ik geheid mijn ogen neerslaan, een diepe zucht slaken en met trillende stem vertellen dat het eigenlijk iets beter had kunnen gaan.

Natuurlijk heb ik ook successen behaald, op enkele ben ik zelfs best trots. Er zijn al vier conferentiepapers de deur uit. Ik figureer in een reclamefilmpje voor onze universiteit. Een posterpresentatie, beoordeeld door een vakjury, won een eerste prijs. Ik ben commissielid van een gaaf studentbestuur voor een van de grootste conferenties in mijn vakgebied. Er zijn plannen voor oneindige hoeveelheden journal papers. Oké, vier.

Maar in dat laatste puntje zit precies de pijn. Want hoewel het mij soms al veel helpt om te (h)erkennen dat ik een probleem heb, is het bij uitstelgedrag eigenlijk niet eens genoeg om te weten hoe ik het beter zou moeten doen. Ik weet dat het wordt veroorzaakt door de nare ‘instant gratification monkey’ die je grijpt als je even niet oplet. Ik weet dat het een hardnekkige verslaving is waarvan je amper nog weet dat je het doet. Maar het vreet ook zo ongelooflijk hard aan je zelfvertrouwen dat de neiging ontstaat, bewust of onbewust, om helemaal geen gas meer te geven omdat je dan tenminste invloed hebt op je falen.

Combineer dit met het ‘gezonde gedachtenpatroon’ beschreven in de eerste alinea van dit stuk en je kunt wel raden wat er is gebeurd de laatste paar weken. Na een welverdiende en ontspannen zomervakantie alsnog drie weken praktisch niets gedaan. Stress dusdanig hoog op laten lopen dat mijn gezondheid er onder lijdt. Vier weken constant meer eczeem hebben gehad dan de afgelopen 10 jaar bij elkaar. Een afspraak met mijn opa en oma vergeten. En mijn hoofd zo vol laten lopen met afleiding, pijn, verdriet en wanhoop dat elke vorm van creatief denken geblokkeerd is.

Je zou bijna zeggen dat ik precies op hetzelfde punt sta als een jaar geleden. Gelukkig grijpt ook dit jaar mijn trouwe stresscoach in. Hij kan het niet aanzien om zijn vriendin weer langzaam te zien verdwijnen. En het is natuurlijk ook wel treurig om iemand te knuffelen die aanvoelt als schuurpapier.

Zijn advies? ‘Getting Things Done’ van David Allen. Een vies Amerikaans zelfhulpboek met tips hoe je zoveel mogelijk positieve feedback creëert tijdens een vermoeiende werkdag. Om de instant gratification monkey zoet te houden en zelf het gevoel te hebben dat je nuttig bezig bent. Als extra hulpmiddel komt de grote liefde ook nog aanzetten met een app voor de telefoon waarin je al je goede voornemens en al je kleine projectjes met makkelijk uitvoerbare taken gesorteerd op prioriteit en deadline kunt opslaan. Voor de goede orde steel ik ook het zorgvuldig samengestelde anti-stress stappenplan wat hij heeft gemaakt om zijn eigen draak te verslaan het komende jaar.

Het strijdplan

  1. To-do-list goed bijhouden aan de hand van ‘Getting Things Done’;
  2. Op tijd belangrijke zaken uitvoeren (vóór ze urgent worden);
  3. In een prikkelarme omgeving werken.

Mijn aanpak:

  • E-mail notifications op telefoon uit (3);
  • ‘Getting Things Done’ uitlezen en implementeren (1);
  • Elke lange werksessie beginnen met en belangrijke, niet urgente taak (2);
  • Tien minuten mediteren voor elke lange werksessie (3);
  • Met koptelefoon op werken in drukke omgevingen (3);
  • Elke zondag mijn to-do-list doorkijken en updaten (1+2).

Dit gaat het mij opleveren:

  • Meer rust in mijn hoofd;
  • Minder sress;
  • Minder eczeem;
  • Meer tijd;
  • Minder ‘dark playground’;
  • Echt ontspannen als ik vrije tijd inplan.

Hoe ga ik mezelf motiveren:

  • Deze voornemens aan zoveel mogelijk mensen vertellen (facebook);
  • Deze lijst zichtbaar houden (op de muur van de wc, deze blog).

Zou dit de heilige graal zijn? Wie weet. Een nieuwe app, een nieuw boek, een nieuwe breakdown. Meer deuken in mijn zelfvertrouwen en nog maar een jaar te gaan. Er zit maar een ding op:

In de aanval!

Over stress

tumblr_inline_nxyo9zgwpP1tgfwux_540.jpg

Een jaar geleden, bij mijn voortgangsgesprek, kwam het naar voren dat ik alle touwtjes aan elkaar moest gaan knopen. Ik was halverwege mijn promotieonderzoek en al het werk wat ik de voorgaande twee jaar had gedaan moest in journal papers worden verwerkt. Er moest worden uitgebreid en toegepast. Nu werk ik aan een heleboel verschillende onderzoekslijnen die tegelijk lopen, die allemaal stuk voor stuk gaaf zijn, maar gezamenlijk wel veel werk. Natuurlijk had ik voorzien dat ik vervolgens gestrest zou raken, dus ik had een hele goede planning gemaakt die behoorlijk sluitend was. So far, so good.

Het probleem ontstond ineens bij de gedachte die volgde op dit gesprek. Ik ben namelijk koning-schuldgevoel en maakte me vaak zorgen of ik wel hard genoeg werkte. Zeker in het begin was ik alleen maar aan het facebooken. En mijn begeleider had ook al een keer (of twee?) laten vallen dat hij vond dat er veel vertraging in mijn werk zat. Het was dus niet gek dat vervolgens deze gedachte naar boven kwam borrelen:

“Nu moet ik echt laten zien wat ik kan. Nu moet ik laten zien dat ik alle touwtjes
in handen heb, dat ik in staat ben om goed onderzoek te doen.”

To walk the walk, zeg maar. Maar dat kleine stemmetje in mijn geweten maakte van de redelijke planning ineens iets heel groots in mijn hoofd. Dat als ik het niet zou redden, of als ik (weer?) de bal zou laten vallen, ik het inderdaad niet kon.

Maar zelfs met die extra druk die ik op mezelf uitoefende, ging het eigenlijk nog best prima. De planning was nog uitvoerbaar, en stapje voor stapje kwam ik er eigenlijk wel. Tot er er plotseling een nieuwe samenwerking bij kwam die veel tijdrovender bleek dan verwacht. En dat was de druppel.

Dit resulteerde in een break-down. Ik was niet meer in staat om de kleinste input te verwerken en elke persoon die me aansprak terwijl ik ‘geconcentreerd’ aan het werk was zorgde voor paniek. Mijn zelfvertrouwen in kunnen werken kelderde naar een dieptepunt en ik vond mezelf terug in een lege hotelkamer op werkbezoek in Barcelona zonder enig idee hoe ik nog iets nuttigs uit mijn handen kon krijgen.

Na veel aandringen van mijn stress-coach (a.k.a. de grote liefde) heb ik een goed gesprek met mijn begeleider gehad en besloten dat het grote boze samenwerkingsproject op pauze werd gezet. Het slechte nieuws wilde mijn begeleider zelfs wel doorspelen naar de betrokken artsen. Dat was een enorme last van mijn schouders.

Maar de fout zat hem natuurlijk in de gedachte dat ‘ik het nu allemaal goed moest doen, of anders…’. Deze gedachte werkt verschrikkelijk verlammend. En ja, nu ik dit allemaal opschrijf klinkt het natuurlijk heel logisch. Maar enkel dit simpele inzicht heeft al veel geholpen om uit die periode van enorme stress te kruipen.

Ik ben uiteindelijk weer met een kleine hoeveelheid zelfvertrouwen aan het werk gegaan, hoewel het altijd een heikel punt is gebleven. In slechtere periodes mag ik al blij zijn als het lukt om stapje voor stapje het werk doen wat voor me ligt en twee uur op een dag bezig te zijn. Maar soms, op de goede dagen, lukt het me om met een bredere blik naar de planning te kijken met het idee: ‘goh, wat zal ik nu eens voor leuks doen?’.

 


Picture by Dick van Aalst, 2010.

Marktplaats advertentie

Deze schattige en handige rode ladekast valt zelfs bij normaal gebruik al uit elkaar. Ondanks dat, zijn we er eigenlijk best blij mee geweest.

Gaat weg ivm verhuizing. Nieuwe keuken is niet groot genoeg om er een kapotte kast neer te willen zetten.

Vermoedelijk is hij gemakkelijk te repareren door iemand die handiger is dan wij.

Kortom: help ons van onze ladekast af!

Ps. Het probleem is dat de ladekast scheef staat en daardoor klemt. Ook valt de bodem van de onderste la er vaak uit. Schoppen helpt soms.

tumblr_inline_nxynq35B6x1tgfwux_540.jpg


Picture by Hanne Kause.

Wetenschappelijke genies

Deze tekst schreef ik als tweedejaars studente Wiskunde in 2007. Wat is er eigenlijk weinig veranderd sindsdien.

tumblr_inline_nxyngmOOT71tgfwux_540.jpg

Tja… daar zit je dan, als tweedejaars Wiskunde in een collegezaal te luisteren naar een hoogleraar. Zoals ieder vijfjarigkind zal bevestigen, is er niets ontspannender en slaapverwekkender dan luisteren naar de zware stem van je vader terwijl je in je warme bedje ligt. Helaas, onder andere omdat de temperatuur altijd net verkeerd is in een collegezaal, heeft de zware stem van de hoogleraar hetzelfde effect. En dat terwijl het onderwerp eigenlijk heel erg interessant is: ‘Inleiding in de Filosofie en de Ethiek voor Wiskundigen’. Dus laangzaam dwalen ook mijn gedachten af.

…Hoe zit dat toch met die geleerden. Zijn zij ook allemaal jong geweest? Hebben ze ook last gehad van puistjes, en verliefdheid, en sexuele gevoelens voor andere snotapen van hun leeftijd? Of zijn zij gewoon geniaal geboren. Lagen zij in de wieg en kon iedereen al vertellen dat het geniale mensen zouden worden en zijn ze voor de rest van hun leven ‘anders’ geweest?

En hoe weet je dan of je als geniaal persoon bent geboren? Vertellen ze je dat tijdens je opleiding, zo ongeveer tijdens het derde jaar, aan het einde van je bachelor: nou gefeliciteerd, hier is je bachelor, en oh jah, je bent geniaal. Of weet je dat al als je groep acht verlaat, omdat je ineens de slimste van de klas bent, en dat ook niet meer verandert. Of is dat niet genoeg om een geniaal persoon te zijn. Goh, wat ingewikkeld.

En stel, je bent geniaal. Hoe zou dat dan voelen? Je zou de hele dag natuurlijk allemaal ideeën je hoofd binnengestroomd krijgen. En je schrijft ze allang niet meer op, want dan zou je wel honderd boeken moeten schrijven. En iedereen zou de hele tijd naar je toe komen voor advies, eerst je vriendjes, en na een tijdje komen zelfs de hogerejaars op je opleiding voor raad. En iedereen zou je aankijken met een soort rare bewonderende blik in de ogen, ze vinden je interessant, maar ook een beetje eng. En bij de kapper zou je niet eens meer antwoord geven op de vraag wat voor school je doet. Hoe leg je uit dat je op je veertiende bent begonnen aan de studies Wiskunde en Natuurkunde tegelijk!

En hebben genies last van faalangst? Stel dat je tijdens het tweede jaar van je studie ineens een heel belangrijke ontdekking doet, dan moet je vanaf je vijftiende ineens naar iedereens verwachtingen opleven. Iedereen verwacht al dat je een slimme opmerking maakt, terwijl jij gewoon aan het mooie buurmeisje zit te denken. Of doen genies dat niet. Ik wel in ieder geval, ik kan het hele college denken aan de mooie jongen op de eerste rij. Ben ik dan geen genie?

Ik geloof niet dat het me leuk lijkt een genie te zijn. Al die verwachtingen en nare blikken… geef mij maar gewoon een normaal leven. Of kan dat nu niet meer? Verwachten ze van alle afgestudeerde Wiskundigen grootse dingen? Maar wat nou als ik dat helemaal niet kan, wat nou als ik prima cijfers haal, maar er in de praktijk ineens achterkom dat ik niks kan? Moet ik dan alsnog bij de Albert Heijn gaan werken? Of een saai secretaressebaantje nemen met een kwal van een baas? Dat zal wel niet, iedereen vindt Wiskundigen zowiezo al superslim. Dus dan zal de kwal van een baas nog steeds wel tegen je opkijken.

En ik hoef me natuurlijk ook niet druk te maken dat ik een genie ben, ik ben een meisje. Alleen mannen zijn genies toch? Op Marie Curie na ken ik geen vrouwelijk wonder, wellicht de vrouwen in de politiek, maar die hebben allemaal ballen. Heb ik dat ook? Hoe ver zou ik het schoppen met mijn hersens en mijn uitstraling? Ik hoop ver genoeg om aan de verwachtingen te voldoen.

Maar van wie zijn die verwachtingen eigenijk? Mijn ouders vinden dit al knap, die zijn nu al trots. Als ik mijn studie afrond zullen zij ook wel tevreden zijn. Als ik maar gelukkig ben in de rest van het leven en het hoofd boven water houdt. Gelukkig…

Maar wat nou als ik degene ben die de verwachtingen heeft, die de stress en angst veroorzaakt. Wat nou als ik zelf de top wil bereiken, en tegelijk heel bang ben dat ik van de steile helling naar beneden glij. Dan is het toch allemaal niet zo erg. Dan moet ik gewoon goed mijn best blijven doen, meer dan dat kan ik niet van mezelf eisen. Gelukkig ben ik de beste van de klas, de rest van de wereld zie ik toch niet… oh, de rest van de klas is natuurlijk aan het opletten. Jeetje, wie is Empedokles nou weer?!

Wat is studeren eigenlijk eng als je er zo over nadenkt. Hierna houdt het toch allemaal wel een beetje op. Niet iedereen gaat promoveren, de veiligheid van school is weg als je gaat werken. Gelukkig mag ik nog vijf jaar, ik kan het nog even uitstellen. En als ik nou mijn best blijf doen, zal de rest van mijn leven ook wel meevallen. Op naar een acht voor dit vak!

 


Picture by Ada Palka, 2009.

Letter to the EU

I wrote this letter to send to the “Online public consultation on investment protection and investor-to-state dispute settlement (ISDS) in the Transatlantic Trade and Investment Partnership Agreement (TTIP)” of the European Union.

tumblr_inline_nxynf8LtVu1tgfwux_540.jpg

“It has come to my attention that there are ongoing negotiations about including an Investor-to-State Dispute Settlement (ISDS) into the Transatlantic Trade Investment Partnership (TTIP). Through this letter, I would like to express my concerns for these plans. I will do so by expressing my thoughts in a simple manner, for my feelings are so strong that I think just displaying the concept of the problem should be enough to convince you.

I think we can agree that concepts such as the economy, governments and collaborations between countries were once invented to help people to live happily, safely and healthy; and to continue to do so for a long, long time. A government of a country, or union of governments such as EU, represents the people to do exactly that: make sure that all citizens can be protected by their human rights.

Of course, governments are not perfect, which is why people can appeal to the independent judiciary which is empowered to tap governments on the knuckles if necessary. I think it is obvious that it is extremely important that the judiciary is organized in an independent and transparent way. Otherwise, people may be unjustly convicted and/or for the completely wrong reasons.

So far so good. Now, in the current system, however, the power has been shifting from governments to large investors and multinationals. They control more and more of the money circulating in our economy and due to their international character, they can operate almost without having to answer to governments. This has been made extremely clear by the recent scandals about tax evasions, or the difficulties that governments have to enforce environmental regulation.

This power shift in itself is already a big problem because, in contrary to governments, the main interest of companies is not driven by, or even affected by, ethical choices. Nor are they enforced to be transparent about their actions. They simply don’t represent the people, but their shareholders. And by design, they are pushed to grow, make profits and earn as much as possible from their customers; a direct consequence of the capitalistic design of the economy, which was supposed to help people, right? And especially now that multinationals are becoming ‘too big too fail’, but mostly too big to control by governments, you can see how people are simply not protected any more against the institutes that hold the most power.

Now, on top of all of this, by including the ISDS in the TTIP, companies shall be allowed to sue the governments of countries. Which means that apart from the fact that they already effectively held all the power by having most of the money, they can also directly enforce their way on to governments that they might disagree with. So, companies, which represent shareholders and who are not bound by ethical motives but profitable ones, get to enforce their way on governments, that are supposed to protect the people and the country. Doesn’t that sound insane?

But it gets worse. Before, I stated the importance of independency and transparency of a court. It should be clear what were the reasons of a certain verdict, but most importantly the judges should be completely independent. In the proposal that is discussed now, however, the companies don’t get to sue governments in the normal court. No, their case will be judged by three top lawyers that will come to a conclusion behind closed doors. And there is no way of reassuring that these top lawyers are not also frequently representing the companies in other lawsuits. That does not sound independent to me at all!

I hope it is now clear why I feel so strongly about this and felt compelled to write this letter to you. I see nothing but horrible consequences from this proposal. If you ask me, we should be restricting the multinationals and force them to obey laws concerning taxes and protection of nature for example, instead of giving them extra power to ignore all this.

Yours sincerely,”